
Van pup tot jonge hond, een leidraad
2 MAANDEN DE SOCIALISATIE FASE Bijna
niet te geloven dat hij pas 8 weken geleden als blind en hulpeloos op
zijn buik roeiend wezentje van
een ons of 3 ter wereld kwam en nu al zo zelfstandig is.
Zijn gewicht is inmiddels ongeveer vertienvoudigd, hij eet en drinkt
vanzelfsprekend en het karaktertje is ook al aardig ontwikkeld.
Op het moment dat u uw pup mee krijgt bevindt hij zich in
een heel belangrijke levensfase : de socialisatieperiode. Alle
indrukken die hij in deze periode opdoet zijn als het ware een
blauwdruk voor zijn leven. Wat hij nu meemaakt zal hij later in zijn
leven weer herkennen als iets vertrouwds en daar dan ook als zodanig
mee om gaan. Vandaar dat het zo belangrijk is de pup zoveel mogelijk
nieuwe indrukken te laten opdoen en hem overal mee naar toe te nemen.
Hiervan heeft hij in zijn verdere leven altijd profijt. In het
winkelcentrum krijgt hij alle aandacht. Laat de mensen gerust aaien en
uw pup vast houden. Misschien is hij heel even bang van de drukte,
maar doe net of uw neus bloedt, niets aan de hand loop gewoon door dan
kan de pup zich zelf herstellen , het is heel belangrijk dat u de pup
nu niet troost, dus neem hem niet op de arm. Op deze manier neemt de
pup uw rustige gedrag over en beschouwd alles als normaal. Uw
hondje leert op deze leeftijd razendsnel, zowel
goede als slechte gewoonten. Het is dus wel belangrijk dit
vertederende pupje niet te veel te verwennen. Hij weet al gauw wat wel
en niet mag, dus houdt het goed in de gaten. Slechte gewoonten bij een
volwassen hond afleren is erg moeilijk. Waar
u in geen geval voor mag straffen is het plassen in huis. Er zijn pups
die er wat langer over doen dan andere om zindelijk te worden, maar
uiteindelijk gaat het vanzelf. De geijkte momenten waarop de pup iets
zal willen doen is direct na het slapen, het eten en als hij druk
heeft gespeeld. U kunt dit in de gaten houden en hem zonodig op tijd oppakken
(op uw arm zal hij nooit wat doen) en meenemen naar buiten, dan bent u
snel een eind op de goede weg. Er
bestaat ook een methode van benchtraining. Men gaat er hierbij vanuit
dat een hond zijn eigen nest niet bevuild. Het is een goede methode
maar het is wel noodzakelijk deze langzaam op te bouwen. Dus niet van
hup de pup een paar uur in de bench, dan doet hij gelukkig niets, dit
werkt averechts en is niet erg diervriendelijk. Overigens is een bench
een ideale eigen plek voor uw cocker. Ze liggen graag in dit eigen
opvouwbare, dus makkelijk mee te nemen holletje. Het is veilig en
vertrouwd als ze hier gelijk als pup
in kunnen. Vooral als ze af en toe eens een poosje alleen
moeten blijven heeft u ook de zekerheid dat er nergens aan geknaagd
wordt of dat er andere gevaarlijke sporten worden beoefend. Een
aanrader is zeker het volgen van een puppycursus op een zo jong
mogelijke leeftijd. Misschien denkt
u , ach dat pupje kan ik zelf wel een paar commando’s leren. Dit is
echter maar een deel van de cursus, het belangrijkste onderdeel ervan
is echter dat u leert te denken zoals een hond dat doet, zodat u zich
in uw huisdier kunt verplaatsen en hem beter kunt begrijpen. Wat u wel
en niet moet doen in bepaalde situaties, zodat u straks een
evenwichtige hond zult hebben met een open gedrag.
3 MAANDEN DE RANGORDE PERIODE Op
de leeftijd van 12 weken krijgt uw pup voorlopig zijn laatste enting
en wordt hij nog eens goed gecontroleerd door de dierenarts. Houdt u
ook het schema voor ontwormen goed in de gaten. Tot een half jaar
dient u de pup iedere 2 maanden te ontwormen en daarna volstaat 2 x
per jaar. In
deze fase gaat de pup zich uitdagend gedragen en d.m.v.
stoeispelletjes wordt zijn plaats in de roedel (het gezin) bepaald.
Als u met de pup speelt, zorg dan altijd het laatste spelletje te
winnen, u bent n.l. de baas en u bepaalt wanneer het spel is
afgelopen. Het is belangrijk in deze periode duidelijke grenzen te
stellen en consequent te zijn. De commando’s moeten kort en
duidelijk zijn. Lange verhalen begrijpt hij niet. Gebruik ook steeds hetzelfde
woorden voor dezelfde commando’s. De toonhoogte van uw stem is erg
belangrijk. Een op hoge toon geroepen “ foei Fikkie” zal uw pup
eerder vrolijk doen opspringen dan in zijn schulp doen kruipen.
Probeer op lage toon te vermanen. De
hond in het gezin behoort de laagste in rang te zijn, dat moet hem,
regelmatig duidelijk worden gemaakt. Een cocker is normaal gesproken
geen dominante hond maar toch is het erg prettig als hij zijn plaats
weet. Een hond heeft een leider nodig, dat geeft hem vertrouwen. Het
is erg nuttig als er onder de gezinsleden afspraken worden gemaakt
over wat wel en niet mag en daar
dient men zich dan ook aan te houden. Wat
ook erg prettig is voor nu en later is het spelenderwijs oefenen van
het plat blijven liggen op de zij en eventueel de rug. Eerst op schoot
eventueel zittend op de grond en
later op een tafel. Al kriebelend over zijn buik is het meestal niet
moeilijk een pup een poosje in die houding te laten liggen. Later zult
u hier veel profijt van hebben bij het kammen en borstelen en ontklitten
van de vacht. De meeste klitten bevinden zich n.l. onder de oksels en
in de liezen, waar u op deze manier wel heel prettig bij kunt. Heeft
u kleine kinderen, laat ze dan nooit alleen met de hond. Hoewel de
cocker een van de meest betrouwbare en praktisch alles accepterende
honden is, moet u altijd toezicht houden. Als een hond per ongeluk
pijn wordt gedaan en hij kan niet vluchten , zal hij zichzelf toch
willen beschermen. En speels als een pup is zal hij ook nogal eens
zijn scherpe tandjes ergens in willen zetten. Ook dit eist
begeleiding. Ook grotere kinderen hebben uw begeleiding nodig. Ze
kunnen soms eindeloos door willen spelen, terwijl de pup toch echt
zijn rust nodig heeft. Zeker als de pup in zijn mand ligt of als hij
slaapt dan moet hij met rust worden gelaten.
Het uitlaten moet eveneens veilig zijn. Een cocker is een
enthousiaste allemansvriend die in ieder mens of andere hond een
speelkameraad ziet en daar, verkeer of niet uitbundig op af gaat.
4 - 5
MAANDEN In
deze periode wordt het melkgebit gewisseld. Geef uw pup veel
kauwmateriaal, dan zullen uw meubels gespaard blijven. Voorzichtigheid
is geboden bij buffelhuid, vooral de laatste kleine stukjes, ook van
andere kauwkluiven moet u weg halen, want die kunnen gevaarlijk zijn. De
ogen van uw pup kunnen in deze tijd ook gevoelig zijn en roodkleuren,
dit is een normaal verschijnsel wat na de gebitswisseling weer
verdwijnt. De
pup wordt steeds zelfbewuster. Door belonen van gewenst gedrag en veel
te spelen kunt u een sterke band met uw hond opbouwen. Behandel hem
als hond en zorg ervoor dat u hem niet vermenselijkt. Het
is een goede training om u hond af en toe alleen te laten, maar bouw
het langzaam op.Hiermee voorkomt u dat mocht het eens noodzakelijk
zijn hem een paar uurtjes alleen te laten, hij de hele buurt bij
elkaar jankt. Mocht het voorkomen dat uw oudere pup jankt of op een
andere manier onprettig de aandacht probeert te trekken, dan kunt u
het beste dit gedrag negeren en vooral niet troostend optreden want
dan heeft hij gewonnen en zal zijn gedrag herhalen. Op het moment dat
hij stil is kunt u hem halen en belonen. Een
hond is een gewoontedier. Door steeds het goede gedrag te belonen zal
hij blijven doen wat u van hem vraagt. Honden kunnen hun handelingen
niet als goed of slecht beoordelen maar alleen dingen ervaren als
aangenaam of onaangenaam. Het moeten wel steeds dezelfde dingen zijn
waar hij voor beloond wordt. Dit hoeft niet altijd d.m.v. iets
eetbaars, een aai of vriendelijk woord is ook prima. In
deze periode ontstaat ook het territoriumgedrag. De pup leert zijn
eigen terrein kennen en zal
dat willen verdedigen. Het geblaf van zo’n minihondje komt enigszins
vertederend over, maar wilt u dit later indammen, dan kunt u het beter
gelijk aanpakken. Zich even laten horen als er iemand uw huis nadert
is wel prettig, maar al gauw moet het afgelopen zijn. Dit betekent dat
u op een bepaald moment zult moeten ingrijpen. Uw pup laten schrikken,
indien hij door blijft blaffen, d.m.v. een werpkettinkje naast hem
neer te gooien is vaak een effectieve methode. Alleen moet de hond
niet zien dat het lawaaierige ding bij u vandaan komt.
6 MAANDEN DE
PUBERALE FASE Net
als de mens heeft ook de hond een puberteitsfase waarin hij van alles
wil uitproberen en zijn grenzen wil bepalen. Deze
periode vereist weer een consequente aanpak van uw pup. Doe veel
aandachtsoefeningen met hem. Luistert hij niet in het vrije veld, ga
dan niet achter hem aan, maar loop bewust de andere kant uit. Tenzij
hij een reukspoor heeft
opgepakt zal hij weer snel achter u aankomen. Vertoont hij dit gedrag
vaker, houdt uw pup dan ook op veilig terrein aangelijnd. Wilt
u de hond straffen omdat hij iets heeft uitgehaald, dan dient dit
onmiddellijk na het vergrijp te gebeuren. Na 15 seconden is hij n.l.
zijn wangedrag alweer vergeten en snapt niets van uw boosheid. Zijn
korte termijngeheugen is n.l. maar zeer beperkt. Ongewenst
gedrag wat minder zwaar weegt kunt u het beste negeren. Zelfs
negatieve aandacht is
aandacht (beloning), dus dan liever helemaal geen aandacht. Heel
belangrijk is wel te weten dat u meer bereikt door het belonen van
goed gedrag, dan door te straffen. Met
het begin van de geslachtsrijpheid gaan reuen hun poot optillen.
Tijdens het uitlaten willen ze graag hun territorium markeren door
overal tegenaan te plassen. Dit is beslist niet nodig en in
woonbuurten kan het ook als storend worden ervaren als ieder tuinhekje
of muurtje wordt besproeid. Accepteer
het dus niet. Wandel door tot een geschikte plek en geef de hond daar
vrij om zijn behoefte te doen. Ook in dit geval bent u de baas en de
hond haalt zijn schade wel weer eens in tijdens een vrije boswandeling
of zo. Teefjes
kunnen tussen de 7 en 15 maanden voor het eerst loops worden. Ze
kunnen zich aan de ene
kant heel flauw en kwetsbaar gaan gedragen, maar later ook weer heel
druk zijn. Schenk er niet teveel aandacht aan. Het is van
voorbijgaande aard. Wel belangrijk uiteraard is om in de gaten te
houden dat ze gedurende de 8e t/m 16 dag, soms zelfs nog
eerder of later tot dekken bereidt is, dit betekent alleen aangelijnd
uitlaten en reuen in het vizier houden ! Lichamelijk zijn cockers op
de leeftijd van 11 maanden volwassen, maar geestelijk pas op een
leeftijd van 2 jaar of ouder. De
cocker is niet alleen geschikt om mee te jagen maar geniet ook enorm
van flyball en behendigheid. Er
wordt wel eens beweerd dat het moeilijk is om een eigenwijze cocker
wat bij te brengen, maar ook op gehoorzaamheidscursussen presteert hij
prima. Mogelijkheden te over dus. In
deze levensfase kunnen honden, zowel reuen als teven ongewenst
rijgedrag vertonen. Het is niet altijd een seksueel motief wat ze
hiertoe beweegt, het kan ook een gebaar van dominantie zijn . Er zijn
honden die wat minder op hun soortgenoten en wat meer op mensen zijn
gericht, waardoor ze soms de voorkeur geven aan een menselijk been.
Dit gedrag is door tijdig corrigeren in goede banen te leiden. Laat u
niet aanpraten dat het een hormonaal probleem is wat door sterilisatie
is op te lossen. Er zijn dierenartsen die heel graag opereren maar dit
is beslist niet de oplossing. Veel mensen, die om uiteenlopende
redenen (soms zelfs het gemak) hun hond hebben laten castreren of
steriliseren hebben nu spijt als haren op hun hoofd. Afgezien van het
feit dat de cockervacht na zo’n ingreep niet meer verhaart en dus
enorm dicht wordt, waardoor hij niet meer is te plukken, kunnen er
diverse complicaties optreden waaronder incontinentie, epilepsie en
zelfs agressie. Verder treedt er vaak een behoorlijke toename van het
lichaamsgewicht op, dus dient er overgestapt te worden op duur
dieetvoer. Kortom,
indien er geen medische indicatie is, wat bij oudere honden wel het
geval kan zijn, niet laten castreren of steriliseren ! Op
weg naar volwassenheid zult u met de juiste begeleiding ontzettend
veel plezier aan uw
cockerpup beleven. Alle moeite die u tijdens zijn jeugd in de hond
hebt geďnvesteerd zult u beloond zien tijdens de rest van zijn leven. Veel succes!
Fieke Luna
|
copyright © 2001-2003